Bij de begeleiding van de brugklassen is alles erop gericht om leerlingen veilig en vertrouwd te laten landen op onze school. Welbevinden staat voorop. Leerlingen leren klasgenoten en docenten kennen, leren samenwerken en leren bouwen aan een groepsgevoel. Dit zijn belangrijke bouwstenen van het mentoraat. Maar ook leren leren, welke inspanning voor welk vak nodig is en hoe dat te doen op de best mogelijke manier.
Hoe kunnen leerlingen leren van klasgenoten en omgaan met tips van docenten? Cijfers horen daar ook bij, maar dit is in het begin minder belangrijk. Fouten maken mag, nee moet! Anders kunnen ze er niet van leren. Geef daarin vertrouwen, het hoort bij het wennen aan een middelbare school, en het Isendoorn College in het bijzonder. Er is wel een heel jaar voor nodig en dat gebruiken we dus ook ten volle. Pas in het tweede leerjaar worden cijfers belangrijker en wordt in dakpanklassen becijferd op twee niveaus.
In het tweede leerjaar wordt duidelijk naar welk niveau de leerling het jaar erna gaat volgen. We gebruiken daarvoor opdrachten en toetsen op twee niveaus (A- en B-niveau) gebaseerd op reproductie, toepassing en inzicht. Het laten zien van groei is belangrijk en dat gebeurt door becijferde toetsen en opdrachten (summatief), maar daarnaast maken we steeds meer gebruik van formatieve elementen in de lessen. We maken van de groei liever een film dan af en toe een foto. Naast de cijfers (die in SOM staan) wordt de tool ‘leerlingbespreking.nl’ ingezet om de leerling tijdens driehoeksgesprekken (ouders-mentor-leerling) een spiegel voor te kunnen houden die in woord en beeld beschrijft hoe het (leer)gedrag en de groei eruit zien. Deze feedback zet leerlingen aan om een actieplan op de mindere onderdelen te schrijven en de komende tijd de focus daarop te leggen. De pitches die leerlingen in het voorjaar houden hebben meerdere doelen: je realiseren dat je je op sommige punten kunt verbeteren, dat beschrijven en voor een klein publiek pitchen en de tijd daarna handelen zoals je dit in kaart hebt gebracht. Doen wat je zegt dat je zou moeten doen om verbeterstappen te maken. Vanaf begin april is voor het grootste deel van de leerlingen duidelijk waar ze in het derde leerjaar naar toe gaan, maar er zijn nog een paar maanden om dat te bevestigen of om toch nog het onderste uit de kan te halen en verbetering aan te tonen.
In leerjaar 3(t)mhv wordt het onderbouw programma afgerond en werken leerlingen toe naar een belangrijk keuzemoment: in welke vakken ga ik volgend jaar (4(t)m) examen doen of met welk profiel ga ik verder vanaf klas 4(t)havo of vwo? Om deze beslissing goed voor te bereiden, doorlopen deze derde klassers een traject dat hen (meer) inzicht verschaft in wie ze zijn, wat ze kunnen en waar ze blij van worden. Bovendien maken ze kennis met de vele studie-en beroepsmogelijkheden die er zijn op het MBO, HBO en WO.
3(t)havo/vwo noemen we het Middenjaar. De persoonlijke ontwikkeling van leerlingen in deze tussengroep loopt sterk uiteen. Er zijn leerlingen die bij wijze van spreke nog met een knuffel slapen en als kind de vierde ingaan en er zijn leerlingen die al experimenteren met alcohol en drugs en als een (halve) volwassene naar de vierde gaan. Dit heeft consequenties voor de manier waarop ze dit leerjaar doorlopen, zowel wat betreft het verwerken van lesstof als qua studiehouding.Tegelijkertijd bestaan er ook grote verschillen in de manier waarop onze docenten deze leerlingen benaderen en in manier waarop het 3(t)hv-lesprogramma per vak wordt samengesteld. Simpel gesteld: voor de ene vakdocent is leerjaar 3 een laatste onderbouwjaar waarin leerlingen nog behoorlijk bij de hand worden genomen, voor de ander is met klas 3 de bovenbouw al gestart, met alle verwachtingen tav bijvoorbeeld zelfstandigheid die daarbij horen.
In leerjaar drie gaan leerlingen (opnieuw) op reis: 3(t)mavo organiseert grotendeels zelf het Tripkidz project en 3(t)hv neemt deel aan uitwisselingen met verschillende andere Europese scholen.
Deze uitdagende activiteiten dienen verschillende doelen: leeftijdsgenoten uit een andere cultuur leren kennen, je redden in een geheel nieuwe omgeving, gastheer of -vrouw zijn, organiseren, en natuurlijk met de klas op avontuur!
Mavo 4 staat in het teken van het examen en de begeleiding van leerlingen is daarop gericht. Hoe gaat dat als de leerling straks in de examenzaal zit? Hoe zit het met de pta's en de toetsweken? Hoe kan de leerling zich daar het beste op voorbereiden? De mentor begeleidt de leerling bij de keuzes die hiervoor gemaakt moeten worden. Verder is het voor de leerlingen belangrijk om uit te vinden wat hij\zij na het Isendoorn gaat doen. Welke studierichting past daarbij? Wat heeft een leerling nodig om daar een goede keuze in te maken? De mentor speelt samen met de decaan een belangrijke rol in dit keuzeproces.
De leerlingen in 4h en 4v komen in de bovenbouw. Dat vraagt nieuwe vaardigheden van de leerlingen. Ze zitten in steeds een wisselende groepssamenstelling in de les. Ze krijgen toetsen die al meetellen voor het examen. Een mentor in dit leerjaar is zich bewust van deze processen en kan een leerling hierin begeleiden.
Leerjaar 4 is ook het leerjaar waarin de leerlingen individueel op reis kunnen gaan. De tto-leerlingen gaan een buitenlandse maatschappelijke stage doen (workexperience). De reguliere leerlingen doen een andersoortige maatschappelijke stage. Verder denken leerlingen met de decaan na over de mogelijkheden na het examen. De leerlingen in Havo 4 gaan bovendien ook op studiereis: een reis die past bij het profiel dat ze hebben gekozen.
Havo 5 staat in het teken van het examen en de begeleiding van leerlingen is daarop gericht. Hoe gaat dat als de leerling straks in de examenzaal zit? Hoe zit het met de pta's en de toetsweken? Hoe kan de leerling zich daar het beste op voorbereiden? De mentor begeleidt de leerling bij de keuzes die hiervoor gemaakt moeten worden. Verder is het voor de leerlinge belangrijk om uit te vinden wat hij\zij na het Isendoorn gaat doen. Welke studierichting past daarbij? Wat heeft een leerling nodig om daar een goede keuze in te maken? De mentor speelt samen met de decaan een belangrijke rol in dit keuzeproces.
Vwo 5 heeft vorig jaar al een aantal vakken afgesloten en gaat zich nu vooral richten op het examen volgend jaar. Een belangrijk thema in V5 is plannen: vwo 5 is een vol jaar en leerlingen zult moeten nadenken over hoe ze hun tijd inzetten. De mentor speelt hierbij een belangrijke rol. De behoeftes van de leerlingen hierin lopen naarmate leerlingen ouder worden, steeds meer uiteen. De mentor in V5 kan inspelen op deze verschillen.
Daarnaast gaan alle leerlingen V5 met school op reis. De bestemming van de reis hangt samen met het profiel dat leerlingen hebt gekozen. Zo verbreden ze hun horizon voordat het examenjaar begint.
Vwo 6 staat in het teken van het examen en de begeleiding van leerlingen is daarop gericht. Hoe gaat dat als de leerling straks in de examenzaal zit? Hoe zit het met de pta's en de toetsweken? Hoe kan de leerling zich daar het beste op voorbereiden? De mentor begeleidt de leerling bij de keuzes die hiervoor gemaakt moeten worden. Verder is het voor de leerlinge belangrijk om uit te vinden wat hij\zij na het Isendoorn gaat doen. Welke studierichting past daarbij? Wat heeft een leerling nodig om daar een goede keuze in te maken? De mentor speelt samen met de decaan een belangrijke rol in dit keuzeproces.